Uitzendkalender

OP DE DONDERDAGEN VAN 21:00 – 22:00 UUR

Voor inhoudelijke informatie over de onderwerpen, klik op info bij het betreffende onderwerp.

 

Troas en Europa

Het vooral in de Griekse overlevering genoemde, maar al ruim vóór David ook werkelijk bestaande (en verwoeste) Troje (of Tros, Troas), wordt sinds onheuglijke tijden beschouwd als de stad van waaruit Europa is bevolkt geworden. In een jongere versie van deze stad ontving de apostel Paulus in een visioen de oproep: ‘Kom over en help ons’. Het had tot gevolg dat nu vanuit datzelfde Troas/Troje ook het Evangelie verspreid werd door Europa. Troje was ooit primair gebouwd door Israëlieten. Toen in nieuwtestamentische tijd Juda het Woord afwees, ging dat naar Efraïm, de tien stammen, buiten het land van Judea. Bij het aanbreken van het Nieuwe Verbond vond het Evangelie in het verlengde daarvan een vruchtbare boden in de Angelsaksische landen. Uit Efraïm kwam de Gemeente van Christus voort. In de Bijbel waren het trouwens dikwijls eilanden die een rol speelden. Telkens weer klinken de woorden: ‘Sta op’ in de Bijbel. Opdat banden breken en gelovigen vrij worden.

“Alzo zal Mijn woord, dat uit Mijn mond uitgaat niet ledig tot Mij wederkeren.”

Getuigen van toen

Rolmodellen voor gelovigen van nu zijn die van voorheen, in zowel het Oude als het Nieuwe Testament. De gelovigen in het Oude Testament vormen de 'wolk der getuigen' uit Hebreeën 12. Er is intussen wel een verschil. De nieuwtestamentische gelovigen zijn door de opstanding van Christus erfgenamen van  een beter verbond en krijgen deel aan de aan Abraham gedane beloften en hebben hemels burgerschap. Alle anderen - nu in het dodenrijk verkerenden - zullen voor de Grote Witte Troon (op de Jongste Dag) worden geoordeeld met als criterium het Boek des Levens. Komen zij daarin voor dan zullen zij leven op de nieuwe aarde (niet in de hemel). Christus Zelf is voor gelovigen het doorslaggevende voorbeeld als Hoofd van Zijn gemeente en Eersteling van een nieuwe schepping. Het is de bedoeling dat kinderen Gods ook zonen worden, langs de weg van de genade en niet die van de wet. Leven uit genade houdt in dat lang niet alles nuttig is en in de Bijbel voorkomende gelovigen zijn daarin tot voorbeeld gesteld.

"Alzo wij zo groot een wolk der getuigen rondom ons hebben  liggende."

Het hierbovenmaals

Anders dan gelovigen in het Oude Testament, leven leden van de Gemeente van Christus in de (derde) hemel. Nergens in de Bijbel staat dat zij tot na het sterven daarop moeten wachten. De ecclesia heeft een bijzondere positie, die er voor de opstanding van Christus niet was. Daarom bevonden de rijke man en de arme Lazarus uit de gelijkenis zich beiden in het dodenrijk, maar wel op verschillende plaatsen. Eeuwig leven is aan oudtestamentische gelovigen wel beloofd en de realisatie daarvan vindt plaats op de nieuwe aarde. De hemelse positie van de Gemeente – het unieke Lichaam van Christus in een dito bedeling – berust op wedergeboorte en eerstgeboorterecht, waarin Christus voorging. Hij deelt zijn positie met degenen die bij Hem horen, is één Plant met hen geworden en hun Hogepriester. Daarom hebben zij toegang tot de genadetroon. Na de opname zullen leden van de Gemeente, die nu in principe nog verborgen is voor de wereld, met Hem openbaar worden. Door de hoge roeping van hemelburgers worden zijn geacht de dingen van boven te zoeken.

“Hij heeft ons ons mede opgewekt en mede gezet in de hemel.”

Verlost en onderweg

Zoals Israël destijds wel uit Egypte was getrokken, maar in de woestijn nog niet op de bestemming (Kanaän) aangekomen, zijn wedergeboren christenen weliswaar verlost, maar nog op weg naar de erfenis. Dat zijn twee verschillende dingen. Het Nieuwe Verbond, aangekondigd onder het Oude, is dat van Melchizedek, met Christus als de Hogepriester. Het Nieuwe Testament is gebaseerd op uitspraken in het Oude en geeft daarop licht. Omdat zij in feite niet weten om te gaan met de vrijheid die geloof in Christus biedt, kiezen christenen vaak voor wet en Joodse gebruiken. En daarmee voor religie, die op vlees en verbetering van de wereld gerichte traditie is. De Korinthiërs liepen blijkbaar gevaar daar terecht te komen en Paulus waarschuwde dat zij, begonnen in de Geest, in het vlees dreigden te eindigen. Dat is niet de route van de gelovige, die uit de wereld is gegaan, als het ware een nieuw paspoort kreeg. Hij is in het gezin van de Heer, op Wie hij vertrouwt, geplaatst en wordt geacht dienstbaar te zijn aan Hem. Dat is iets anders dan bezig zijn met de tijdgeest, de waan van de dag die in de wereld heerst. Gelovigen zijn geroepen tot erfenis.

“Ziet toe op uzelven, dat wij niet verliezen, hetgeen wij gearbeid hebben, maar een vol loon mogen ontvangen.”

Gerechtvaardigd door geloof alleen

Beloften staan boven de wet. Dat bleek onder meer uit het verschijnen van Melchizedek in Genesis 14, die eerder aan Abraham gedane beloften herhaalt. Abraham geloofde en het werd hem tot gerechtigheid gerekend. Iets anders dan geloof was niet nodig. Dat geldt in het Nieuwe Verbond voor alle mensen, ontdekte ook Maarten Luther, wat de grootste kerkhervorming in de geschiedenis tot gevolg had. Dat Melchizedek de koning van Jeruzalem was, zoals vaak wordt gezegd, is onjuist. Hij was volgens Hebreeën 7:2 de ‘koning des vredes en der gerechtigheid’ en daarmee een beeld van de Heer. Hij verdwijnt, wordt pas 1000 jaar later genoemd in een Psalm van David. En niet eerder daarna dan over de Here Jezus wordt gezegd dat hij Hogepriester is naar de ordening van Melchizedek, een mysterieuze koning, met wie in feite een precedent werd geschapen. Aan die mystieke persoonlijkheid was Abraham ook ondergeschikt. Het is de bedoeling dat geloof ook uitwerking heeft in het praktische leven van de gelovige, die ooit voor de rechterstoel van Christus zal verschijnen waar zijn loon wordt bepaald. Ook dat is rechtvaardiging.

“En Abraham geloofde God en het is hem gerekend tot rechtvaardigheid.”

Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde

Zoals aan het einde van andere brieven, laat Paulus ook in Hebreeën 13 zien wat de praktijk uit in de vorige hoofdstukken vermelde theorie voor gelovigen inhoudt. Levend onder de genade, dus niet meer onder de wet, krijgen zij een eigen verantwoordelijkheid en geldt als criterium of iets tot eer van de Heer is of niet. Dat is iets anders dan vrijheid in feite misbruiken door er op los te leven. Christenen mogen zijn gericht op de ‘vergelding des loons’, hun erfenis. Met het oog daarop geeft Paulus concrete aanbevelingen. Buiten de legerplaats is Christus de Helper van gelovigen en hen tot Voorbeeld, niet als ‘goed’ mens, maar door Zijn trouw aan Gods Woord. Daarin is Hij onveranderlijk. Het wil niet zeggen dat Hij nu hetzelfde dóét als onder het Oude Verbond, van vóór Zijn opstanding. De tekenen en wonderen die Hij tijdens Zijn aardse rondgang deed, waren uitbeeldingen van wat Hij nu doet en waarvan gelovigen mogen leren.

“Zo laat ons dan tot Hem uitgaan buiten de legerplaats.”

Heiliging in Drievoud

Heiliging betreft geest, ziel en lichaam. Die is dus drievoudig en heeft te maken met verlossing van gelovigen, geboren uit de Heilige Geest, nu nog gehuld in een vleselijk lichaam (waarvan zij t.z.t. verlost worden) en van wie de ziel hun praktische leven is. Als eerstelingen zijn zij op weg naar de zoonstelling en verkregen hemels burgerschap. Van hen wordt een daarmee in overeenstemming zijnde levenswijze verwacht. Heiligmaking is niet dat zij heiligen worden, maar dat zij heilig leven. Dat betekent volkomen overgave aan God, in de Bijbel ‘bidden zonder ophouden’ genoemd. Door zich daar niet aan te houden, kunnen gelovigen de Geest uitblussen. Kwaad schuilt in het loslaten van de Bijbel en ook de wereld is er vol van. De Gemeente van Christus wordt vóór de zeventigste week van Daniël opgenomen en heeft een hemelse bestemming; zowel gelovigen uit het Oude Testament als zij die na de opname tot geloof komen een aardse.

“Onthoudt u van alle schijn des kwaads.”

Anders denken

Terwijl wetten en regels van religie zijn neergelegd op tijdelijk vlees, waarvan het in de Babylonische ballingschap ontstane Judaïsme een voorbeeld is, zegt Gods Woord dat de mens een hooguit aan de buitenkant wit te pleisteren hol vat is. Men is massaal afgeweken van het geloof en koos voor ijdele (lege) prediking. Symbolisch gaan de wetten in het Oude Testament over de Heere Jezus Christus en daarin wordt al op verborgen wijze gesproken over het Nieuwe Verbond. Wet is voor God een afgedane zaak, want Zijn Lam nam die weg. Christenen zijn dood en door Christus’ opstanding verlost van de wet. Saulus praktiseerde die, maar kwam tot geloof. Aan hem en aan iedere gelovige is de gezonde leer toevertrouwd, als orgaan van Christus’ Lichaam, onder leiding van het Hoofd. De organen hoeven dat niet te organiseren, het Hoofd doet dat. Van gelovigen wordt alleen verwacht dat zij trouw blijven aan Zijn waarachtige Woord en Hem dienen.

“Want ik ben door de wet voor de wet gestorven, opdat ik Gode leven zou.”

Niet om uwentwil

Terwijl veel predikers doen alsof God een soort wegenwacht is, die te hulp schiet als wij in de problemen komen, is dat geen Bijbelse waarheid. De mens staat in de hedendaagse prediking steeds weer centraal. Christelijke ethiek, waarop men onder meer het zich wel of niet laten vaccineren baseert, komt men in de Bijbel niet tegen. Het verzoeningswerk van Jezus Christus was op God Zelf en niet op de mens gericht, die al sinds de schepping in zes dagen zondigde en Hem van nature niet kan eren. Adam was een type van de zondeloze Tweede Adam, de Heere Jezus Christus, centraal in Gods plan. Daarin kunnen gelovigen een plaats krijgen, op weg naar een nieuwe wereld en niet ter verbetering van deze schepping. Dat is een aards niveau, waarmee alleen afgoden zich bezighouden. Er komt een wereldregering onder leiding van de duivel, nadat de gemeente is weggenomen. Maar die zal overwonnen worden door Christus zelf.

“Ik doe het niet om uwentwil, spreekt de Heere HEERE, het zij u bekend.”

Welriekende reuk

Een ‘welriekende reuk’ voor de Vader bracht Christus na Zijn opstanding, toen Hij Zijn Gemeente offerde, naar de typen in de Oude Testament van dank-, spijs- en brandoffer. De kruisdood van Jezus betekende anderzijds Zijn ultieme vernedering. Typen daarvan in het Oude Testament zijn het schuld- en zondoffer, die geen ‘welriekende reuk’ voor God waren. Na Zijn opstanding doet Hij een werk dat volgens Romeinen 5:8 en 9 ‘meer’ is dan Zijn dood, waarmee niets af wordt afgedaan van wat Hij in Zijn aardse omwandeling deed. Maar na Zijn vernedering werd Hij verhoogd en bood Hij Zich opnieuw aan bij God, Die Hem tot Hoofd van de Gemeente maakte. Christus offert die vandaag. Dat heeft niets te maken met zijn kruisdood. Zijn tegenwoordige werk als Hogepriester bestaat uit de verzameling, heiliging, opbouw en stichting van Zijn Gemeente, Zijn Lichaam. Daartoe behoort de Nieuw Testamentische gelovige, die met Christus in de hemel is gezet. En die ontvangt een erfenis. De omvang daarvan wordt bepaald door zijn praktische leven.

“Zie, Ik kom, om Uw wil te doen, o God!”

De voorgestelde loopbaan

Terwijl alle religies de religieuze mens plaatsen in de wereld, zegt Christus juist dat wij die onverbeterlijke ‘legerplaats’ moeten verlaten om als Hij een loopbaan te gaan. Een vorm van christelijk humanisme is ‘lief en aardig zijn’ voor alle mensen, wedergeboren of niet. In wezen zet men daarmee Christus buiten het christendom, want Die past niet in het godsbeeld dat men zelf heeft gecreëerd, terwijl God dat volgens de Bijbel Zelf doet. Gedurende zijn loopbaan draagt een gelovige zelf verantwoordelijkheid voor de keuzes die hij maakt en is hij geen marionet in Gods handen. Te zeggen dat iemand op een bepaalde wijze krachtens zijn geloof moet leven is in feite een wet. De Bijbel reikt alleen rolmodellen aan, zoals Paulus. Het is niet de bedoeling de wereld te verbeteren, wat nog nooit is gelukt, maar uit die duisternis te trekken en in Zijn Licht te wandelen. En ons te onderwerpen aan Gods Woord.

“Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten.”